Skip to main content

Op dinsdagavond 19 mei vond bij de familie Van der Bij in Aldeboarn een praktijkavond plaats over kruidenrijk grasland; een belangrijke maatregel binnen het weidevogelbeheer.  

Nyncke Hoekstra, onderzoeker bij het Louis Bolk Instituut (LBI) praatte de aanwezigen bij over de resultaten van het onderzoeksproject Optimalisatie kruidenrijk grasland, een samenwerking van Hogeschool Van Hall Larenstein, het LBI en agrarische collectieven.

Uit het meerjarige onderzoek blijkt dat kruidenrijke graslanden bijdragen aan meer biodiversiteit — al vraagt de ontwikkeling ervan tijd en zorgvuldig beheer.

Waarom dit onderzoek?

De biodiversiteit in Nederlandse graslanden is de afgelopen decennia sterk afgenomen. Vooral insecten en weidevogels hebben het moeilijk gekregen door intensief landgebruik, hoge bemesting en vaak maaien. Tegelijk groeit de belangstelling voor kruidenrijk grasland, omdat dit meerdere voordelen kan bieden.

Onderzoekers van Hogeschool Van Hall Larenstein en het Louis Bolk Instituut onderzochten daarom hoe verschillende typen kruidenrijk grasland functioneren. Daarbij werd niet alleen gekeken naar biodiversiteit, maar ook naar opbrengst, voederwaarde en praktische inpassing op melkveebedrijven.

Het onderzoek vond plaats in samenwerking met agrarische collectieven in Friesland, Groningen en Noord-Holland. In Friesland werden op 44 percelen op kleigrond uitgebreide metingen uitgevoerd.

Vier typen grasland onderzocht

De onderzoekers vergeleken vier soorten grasland:

  • goed ontwikkeld SNL-kruidenrijk grasland,
  • goed ontwikkeld ANLb-kruidenrijk grasland,
  • minder goed ontwikkeld kruidenrijk grasland,
  • regulier intensief beheerd grasland.

Bij alle percelen werden tussen 2022 en 2024 metingen gedaan aan onder andere:

  • vegetatiesamenstelling,
  • bodemkwaliteit,
  • regenwormen en insecten,
  • opbrengst,

Zo ontstond een compleet beeld van hoe kruidenrijk grasland zich ontwikkelt en welke effecten dat heeft.

Meer kruiden betekent meer biodiversiteit

De verschillen tussen de graslandtypen bleken groot. Goed ontwikkelde kruidenrijke percelen bevatten veel meer plantensoorten dan regulier grasland. Ook het aandeel kruiden lag daar aanzienlijk hoger.

Onderzoekers zagen bovendien dat extensief beheerde kruidenrijke graslanden zorgen voor:

  • meer variatie in insectensoorten,
  • grotere insecten,
  • een gevarieerder voedselaanbod voor weidevogels,
  • een opener vegetatiestructuur.

Vooral de diversiteit aan insecten nam toe. Intensieve graslanden bevatten vaak veel insecten van slechts enkele dominante soorten, terwijl kruidenrijke graslanden juist een grotere variatie aan insecten laten zien.

Ook het bodemleven profiteert. Op extensief beheerde graslanden was de bodem vochtiger en minder compact, waardoor regenwormen beter bereikbaar zijn voor weidevogels.

Tijd is een cruciale factor

Een van de belangrijkste conclusies van het onderzoek is dat kruidenrijk grasland zich niet snel ontwikkelt. Veel percelen worden omgevormd vanuit intensief beheerd grasland. Daarbij spelen oude bemesting en voedselrijke bodems nog jarenlang een rol.

Volgens de onderzoekers zijn vooral deze factoren bepalend voor succesvolle ontwikkeling van kruidenrijk grasland:

  • een lage bemesting,
  • langdurig extensief beheer,
  • minder fosfaat en kali in de bodem, en last but nog least:
  • geduld! Percelen die al tientallen jaren extensief worden beheerd, blijken veel kruidenrijker dan percelen die pas recent zijn omgevormd.

Ook maaibeheer is belangrijk. Een te zware eerste snede zorgt voor veel opbrengst, maar verlaagt de kwaliteit van het leefgebied voor insecten en weidevogels.

Balans tussen natuur en productie

Kruidenrijk grasland levert doorgaans minder droge stof op dan regulier grasland, maar het gras bevat vaak meer mineralen zoals calcium, selenium en zink. Bovendien blijkt dat een iets lagere opbrengst vaak samengaat met hogere biodiversiteit én betere omstandigheden voor weidevogels.

De onderzoekers benadrukken dat het niet gaat om een keuze tussen natuur of landbouw. Juist de balans tussen opbrengst, bodemkwaliteit, insectenleven en vogelbeheer staat centraal.

Een belangrijk inzicht is dat hogere vegetatie meer insecten oplevert, maar tegelijkertijd minder goed toegankelijk kan zijn voor jonge weidevogels. Het ideale kruidenrijke grasland vraagt daarom om maatwerk in beheer.

Wat betekenen de resultaten?

Het onderzoek laat zien dat kruidenrijk grasland veel potentie heeft voor herstel van biodiversiteit in het agrarisch landschap. Vooral extensief beheer, lagere bemesting en langdurige ontwikkeling blijken essentieel.

Volgens de onderzoekers biedt kruidenrijk grasland kansen voor:

  • herstel van insectenpopulaties,
  • verbetering van leefgebied voor weidevogels,
  • gezondere bodems,
  • beter mineralengehalte in voer,
  • meer variatie in het landschap.

Tegelijk vraagt succesvol kruidenrijk beheer zoals gezegd om een lange adem. Resultaten ontstaan niet binnen enkele jaren, maar bouwen zich langzaam op door consequent extensief beheer.

De belangrijkste boodschap van het onderzoek is dan ook: kruidenrijk grasland werkt, maar alleen wanneer boeren en beheerders de tijd krijgen om het systeem te laten ontwikkelen.

Het veld in

Tussen de buien door gaf onze collega Jaap Zuidersma in het veld uitleg over de verschillende kruiden en typen kruidenrijk grasland.

Te zien waren drie soorten kruidenrijke percelen. Het eerste perceel bevatte een dominantie van zachte dravik. Dit is een eenjarig gras dat goed gedijt op een rijke, bemeste bodem. Om de bodem te verschralen kan dit perceel beter niet bemest worden, en om te voorkomen dat de zachte dravik zich uitzaait is het belangrijk om in het seizoen drie keer te maaien. De eerste keer al vroeg halverwege mei, tenzij er nesten van weidevogels zijn gevonden. Het tweede perceel met geknikte vossenstaart en kluwenhoornbloem deed het al beter, maar ook hier was de bodem nog te rijk. Het derde perceel viel in de categorie type 2+/type 3 en was daarmee wat het moet zijn. Hier staat een combinatie van scherpe boterbloem, veldzuring, echte koekoeksbloem en moerasrolklaver. Hier volstaat twee keer maaien in het seizoen en kan, om het kruidenrijke grasland te onderhouden, iedere twee jaar 50 à 75 kilogram stikstof per hectare aan de bodem worden toegediend.