Skip to main content

In maart van dit jaar droeg Henk Heida het voorzitterschap van afdeling De Fjûrlannen over aan zijn overbuurman Lammert Knobbe. Behalve hun rol als voorzitter van de ILM-afdeling en hun woonplaats Gersloot hebben zij nog iets gemeen: hun grote passie voor het weidevogelbeheer.  

We spraken Henk en Lammert begin mei. De video hieronder bevat een compilatie van dat gesprek (inclusief het geruis van de harde wind op die dag!). Het hele interview is te lezen in onderstaand artikel.

Henk was 14 jaar lang bestuurslid van ganzen- en weidevogelvereniging De Fjûrlannen, waarvan 7 jaar als voorzitter. Zeven jaar geleden kwam hij daardoor ook in de ledenraad van It Lege Midden terecht. In die tijd merkte hij dat de animo voor het weidevogelbeheer toenam. “De laatste jaren ook vanwege de vergoedingen en de pakketten die erbij komen, én omdat steeds meer boeren richting de zuivel verplicht zijn om mee te doen aan één of andere vorm van natuurbeheer. Eerst zie je dat boeren instappen omdat er misschien wat geld aan over te houden is, maar gaandeweg zie je dat steeds meer boeren passie krijgen voor de weidevogels. En dat ze zien dat het werkt, als ze er wat aan doen.’

Henk raakte zelf betrokken bij het weidevogelbeheer door een enthousiaste nazorger. Door afwisseling in type land en meerdere maatregelen weten de weidevogels zijn bedrijf goed te vinden. “Ook wij zien dat het aantal weidevogels daalt, maar dat het nu stabiliseert omdat we weer wat meer gedaan hebben aan vernatting. Wij hebben het waterpeil hoger aangehouden dan dat van de sloot. Wij vullen ‘m op en laten het water gedeeltelijk over het land lopen. In deze tijd, vooral als er kuikens zijn, zien we dat er veel vogels naartoe trekken die daar hun voedsel vandaan halen. Het is gewoon een genot om naar te kijken.” Dat er rekening met de vogels wordt gehouden, is terug te zien op de stippenkaart van de BFVW. Ten tijde van dit interview (begin mei) is daarop een bonte verzameling te zien aan nesten die door nazorger Hjalmar Bijlsma zijn gezocht en daarna in de BFVW-app zijn geregistreerd. Ook werden enkele nesten met een drone opgespoord.

                    De stippenkaart van het bedrijf in de BFVW-app (foto: mts. Heida-Lolkema)

Hoe gaat het bij jullie met predatie?

“Daar lopen wij ook tegenaan”, aldus Henk. “De trend is dat het aantal vogels daalt, en predatie speelt daar wel een belangrijke rol in.” Om grondpredatoren zoals marters en vossen tegen te houden, is er rondom een paar percelen afrastering geplaatst. “We hebben dit jaar geconstateerd dat er bij de buren veel gepredeerd is, terwijl er bij ons binnen de afrastering eigenlijk niks was opgevreten. Dus we gaan ervan uit dat de afrastering zijn werk gedaan heeft.” De verschillende vogelsoorten verweren zich samen tegen aanvallen vanuit de lucht. “Ze vliegen er met z’n allen op af, ook op roeken, en dan zijn ze snel weg hoor. Dat is de kracht ook hè, van veel vogels.”

Zou je andere boeren aanraden om aan weidevogelbeheer te doen?

“Ik heb altijd gezegd: als je aan weidevogelbeheer doet, dan moet je er wel iets mee hebben om het goed te laten slagen”, meent Henk. “Als je er niks mee hebt, dan hoef je er ook niet aan te beginnen want dan stoort het je aan alle kanten. En als je het voor het geld doet, dan is dat uiteindelijk nooit genoeg, want je moet er wel dingen voor laten.”

Hoe kijk je terug op je voorzitterschap?

“Ik haalde altijd plezier uit het besturen doordat wij als Fjûrlannen een hele hechte groep zijn. We hebben een grote opkomst bij de vergaderingen, en weten waarvoor we het doen. Mensen willen zich betrokken voelen bij de vereniging, dat heeft me steeds wel geënthousiasmeerd om erbij te blijven.”

Het opgaan van De Fjûrlannen in It Lege Midden bracht volgens Henk een paar voordelen mee. “Onze gebiedscoördinator Janny de Jong is haast één met de boeren, daar kun je altijd terecht. Ik werd als voorzitter weinig benaderd door boeren, ze belden altijd rechtstreeks naar Janny; dat zegt genoeg. En we hebben uiteindelijk als bestuur minder te doen gekregen omdat ILM eigenlijk alles faciliteert. Wij moeten zorgen dat de mensen komen, maar er is wat dat betreft wel wat druk vanaf gevallen. En dat werkt plezierig, het netwerk van ILM is toch wat groter dan ons eigen. En dan kun je ook wat gerichter naar de andere afdelingen gezamenlijk iets organiseren, of in ieder geval hetzelfde thema aanhouden. Dus dat vind ik wel plussen.” De timing van de afdelingsexcursies botst wel eens met de dagelijkse praktijk op de boerderij. “Mooi dat de excursies georganiseerd worden. Wie geïnteresseerd is, die gaat mee. Maar je bent boer, het moet ook maar net passen. Je wilt graag mooi weer hebben op een excursie, maar dan wil je ook kuilen. Dat wringt wel eens wat met elkaar. Maar het is goed dat er iets georganiseerd wordt, ook weer om de binding met de boer te houden.”

Is er iets dat je Lammert mee wil geven in zijn voorzitterschap?

“Ik heb al tegen Lammert en ook de vereniging gezegd: blijf dicht bij de boer staan. Het moet praktisch haalbaar zijn. We kunnen van alles bedenken en er is soms meer mogelijk dan je zelf denkt, maar je bent boer en wat je doet moet wel in te passen zijn binnen het bedrijf. Boeren moeten gemakkelijk toegang hebben tot vergoedingen en regelingen. Het moet allemaal niet te bureaucratisch worden of van bovenaf worden opgelegd, want dan krijg je geen animo onder de boeren. Probeer de boeren betrokken te houden bij de vereniging, mede door de excursies, maar ook door de vergaderingen levendig te houden en door interessante onderwerpen te behandelen. Probeer ook boeren over te halen om het natuurbeheer in gang te zetten, en daar vol voor te gaan. Want het is gewoon belangrijk dat we de weidevogel hier behouden.” Henk pleit daarnaast ook voor korte lijnen met het bestuur en de medewerkers van It Lege Midden. “Boeren willen graag gehoord worden, bekende mensen voor zich hebben en weten wat er op kantoor gebeurt en wie het regelt. Doordat de directeur en de voorzitter van het bestuur nu aanwezig zijn op de ledenvergaderingen, weten de boeren wie er aan het roer staan en hoe de coöperatie wordt aangestuurd. Het contact met de boeren houden, dat is belangrijk.”

Lammert Knobbe en Henk Heida

Een kennismaking met de nieuwe voorzitter van De Fjûrlannen

Henks opvolger Lammert is 30 jaar en boert met zijn ouders en broer in Gersleat-polder. Daar melken ze een dikke 200 koeien op zo’n 140 bunder land. “We weiden veel”, zegt Lammert, ‘en we doen ook aan weidevogelbeheer, de afgelopen jaren steeds iets meer. We kunnen de vogels redelijk op de aantallen houden die we in de afgelopen jaren hadden. We, mijn broer en ik vooral, vinden het heel leuk om daar vooruitgang in te zien. Vooral in het voorjaar zijn we ermee bezig. Verder ben ik getrouwd met Alise, en ik hoop in oktober voor het eerst heit te worden.”

Kreeg je de passie voor weidevogels met de paplepel ingegoten?

“Mijn vader deed al aan weidevogelbeheer, die was en is ook lid van De Fjûrlannen. Dan zat je op de trekker, zag je een stokje staan waar omheen werd gemaaid, en probeerde je je er steeds meer in te verdiepen: waarom zitten ze op die plek, en hoe krijgen we er meer? Zo ben ik wel een beetje besmet met de weidevogels. En je zag ze ook altijd over de boerderij vliegen, en in het land. Als we dit betonpad af fietsten, dan vlogen ze ook over je hoofd heen en heel soms zag je een paar jongen voor de fiets uit.”

“Mijn heit vindt gewoon: dit hoort erbij. Dus je moet ook een beetje het erfgoed in stand houden. Het spul eruit maaien kan altijd nog, maar als het eenmaal weg is, komt het niet terug. En je moet er tijd in steken. Als ik vandaag mijn huiskavel waar de vogels zitten ga maaien, dan moet ik daar echt één of twee uren voor uittrekken omdat ik wat vaker van de trekker moet, of er helemaal bij weg moet zodat de nazorger er nog een rondje kan lopen. Ik probeer ook wel een beetje voor de vogel te denken: als we hier nou lawaai maken, dan trekken zij die kant op. Je kunt denken: die vogels moeten maar uitkijken, maar zo werkt het niet. De vogel hoort iets en gaat op de vlucht en als je daar dan ook een baantje gaat maaien, dan weet hij niet meer waar hij naartoe moet. Dus ik probeer ze ook wel eens één kant op te drijven, dan laten we die kant helemaal staan of we gaan er een dag later bij langs. Het is een leuke zoektocht. Samen met m’n broer probeer ik een beetje te bekokstoven hoe we het tactisch aan zullen gaan.”

De veengrond waarop het bedrijf is gevestigd, werkt daarin soms wat beperkend. “We mogen niet zomaar overal meer bouwland maken en dat is jammer. Dus waar we nu bouwland hebben, daar proberen we bouwland te houden. Want de kievit komt daar toch wel aardig op af, en ik denk altijd: als je de kievit binnen hebt, dan komt de rest bijna vanzelf en hebben ze wat een leger om te vechten tegen de predatoren. Dus daar zijn we in het voorjaar altijd als eerste mee bezig: waar leggen we de mais neer?”

“Bewerkingen proberen we altijd zoveel mogelijk achter elkaar aan te doen zodat je daarna weer rust creëert voor de vogels. Als je er drie dagen tussen laat, dan ligt er weer een nieuw nest. Maar als je het vlak achter elkaar aan klapt, is het net alsof de vogels weten: we wachten even, de boer is nog niet klaar, daarna kunnen we ons gang gaan.”

Probeer maatregelen uit

In de buurt proberen te komen van buren die veel stippen op de BFVW-registratiekaart hebben, maakt weidevogelbeheer een leuke uitdaging, vindt Lammert. Helaas zit het niet altijd mee. “Er zit ook wel eens een jaar tussen dat het tegenvalt. Dan kijk je eens wat voor mogelijkheden er zijn. Waterpeil verhogen, minder bemesten, of op bepaalde plekken wat minder lang gras. De eerste jaren met uitgestelde maaidatum en gier en mest erop; het gras werd veel te lang, dat wou voor geen meter. Nou doen we alleen ruige mest erop en dan creëer je veel meer mooie gewassen, ook voor de jongen om doorheen te lopen. Dat moet je even leren, en dat hindert ook niks. Je leert het meeste door het gewoon te doen. We proberen hier ook wel eens wat waar we geen vergoeding voor aanvragen, want als je iets aanvraagt, dan moet je je er ook meteen aan houden en soms is het iets dat gewoon niet bij je blijkt te passen.”

Net als Henk vindt ook Lammert: “Weidevogels doe je niet voor het geld, want je krijgt dan wel een gewasvergoeding, maar er gaat best ook wat eigen tijd in zitten en dat moet je er toch wel een beetje voor over hebben. Probeer het eerst eens op je eigen manier. Waterpeilen verhogen bijvoorbeeld. Zet eens ergens een emmer in een duiker, huur ergens een pomp en pomp het vol. Kijk eens hoe dat gaat en of het bij je past. Wat gebeurt er met de oevers, komen er wel jonge vogels op af. Word je dan enthousiast, dan wil je er misschien wel wat meer mee doen. En als dan blijkt dat er bij It Lege Midden ook nog een manier is om er een financiële vergoeding voor te krijgen, dan is dat mooi meegenomen maar het is denk ik niet, en voor de meeste boeren niet, de insteek om te zeggen: daar word ik financieel beter van.”

Waarom ben je voorzitter van De Fjûrlannen geworden?

“Henk vroeg mij en ik had daar direct een goed gevoel over. Ik heb er wel even over nagedacht, maar ik zag het zitten omdat ik nog vrij jong ben en ik het belangrijk vind om jonge mensen aan te spreken om het weidevogelbeheer op te pakken
Het boeren verandert steeds, er komt steeds meer bij kijken, en de weidevogels doen al jarenlang hetzelfde. Hoe kun je dat bij elkaar inpassen? Hoe kun je het moderne bedrijf goed combineren met de weidevogels van oudsher? Volgens mij kan dat elkaar best wel versterken. Verder wil ik vooral ook de boel goed betrokken houden, en proberen de boer en de coöperatie samen nog beter te laten samenwerken en dat ze elkaar nog meer kunnen begrijpen. De coöperatie kan nog wel groter, dus ik denk dat daar ook een hele mooie uitdaging ligt, ook voor ons als Fjûrlannen.”

Hoe wil je de jongeren bereiken?

Ik ben zelf niet zo thuis op TikTok en Instagram, ik ben zelf nog van de Facebook generatie. Maar ik denk wel dat we die generatie op de socials op moeten zoeken. Ik denk dat ik via die weg veel jongeren kan bereiken.” Daarnaast praat Lammert bij de agrarische jongeren wel eens met groepen jonge boeren. Hij hoort dan regelmatig argumenten voorbijkomen waarom zij niet aan weidevogelbeheer doen. ‘Weidevogels willen niet’, ‘als een vogel het allemaal opvreet dan houdt het op’, ‘ze moeten zichzelf maar redden’ en ‘met het voer kan ik niks’. Door uitleg en tips te geven, probeert Lammert hen dan alsnog enthousiast te krijgen. “De jonge boeren zijn heel erg gefocust op koeien melken, veel melken, en ik hoop dat die jonge boeren gaan denken: maar het kan er wel mooi bij. Het levert voldoening voor jezelf op, en waardering van de burger voor de boer. En dan volgt de waardering van de vogels automatisch.”

“Er zijn jonge boeren die echt wel handvatten zoeken, en dan vertel ik ze: neem eens contact op met It Lege Midden of met je gebiedscoördinator en overleg eens even. Ik praat ook wel eens met iemand die er helemaal niks mee heeft en dat is ook helemaal prima. Je kunt niemand verplichten. Maar je kunt wel wat je hebt, proberen te behouden. Zodat we ook voor de komende jaren, als de oudere generatie het weer overdoet aan de jonge boeren, ook zij nog steeds vol passie aan de weidevogels meedoen. Dat je niet alles in één generatie afbreekt wat de oudere, huidige generatie heeft opgebouwd. Een duurzame coöperatie moet je hebben.”