Weidevogels

Wijziging regelgeving uitrijperiode ruige mest: Geen veranderingen uitrijperiodes ANLB.

By november 29, 2019 5 reacties

De uitrijperiode voor ruige mest is geregeld in de mestwetgeving. Voor 2019, 2020 en 2021 is die verruimd op een aantal punten. Voor alle uitrijperioden mest klik hiervoor op deze link: RVO.nl.
Wil je binnen het ANLB voor een vergoeding voor de ruige mest in aanmerking komen dan blijven dezelfde uitrijperiodes gelden als afgelopen jaren.

Nieuwe uitrijperiode mestwetgeving
Voor klei- en veengrond mag strorijke vaste mest van 1 december 2019 t/m 15 september 2020 worden uitgereden.
Voor Zand- en Lössgrond mag strorijke vaste mest van 1 februari t/m 31 augustus worden uitgereden. 

Waarom geen verruiming in ANLb?
Om voor het ANLB voor een vergoeding voor het uitrijden van ruige mest in aanmerking te komen blijft de uitrijdatum voor alle grondsoorten van 1 februari t/m 31 augustus.
De reden dat de uitrijperiode op bijvoorbeeld klei of veen niet wordt verruimd in het ANLb is dat er al bij het begin van het huidige stelsel is afgesproken dat de krapste uitrijperioden landelijk worden toegepast. Dat is de uitrijperiode voor zand en löss grond. De afgelopen jaren werd dat ook zo toegepast.

De uitrijdperiode binnen het pakket Ruige mest blijft dus hetzelfde als voorgaande jaren: De ruige stalmest wordt in één keer tussen 1 februari en de begindatum van de rustperiode van het betreffende agrarische beheerpakket, óf vanaf de dag volgend op de einddatum van de rustperiode van het betreffende agrarische beheerpakket tot 1 september opgebracht, waarbij per beheerjaar slechts één melding gedaan mag worden

Effect op weidevogels?
Het is te verwachten dat het effect op weidevogels niet heel groot zal zijn. Maar precies weten we het niet. Eerder uitrijden dan 1 februari geeft in ieder geval op tijd stro voor nestmateriaal, Ook is ruige mest gunstig voor regenwormen. Maar uit onderzoek is ook gebleken dat laat uitrijden leidt tot ‘hongerige’ regenwormen. En hongerige regenwormen zijn geneigd bovenin de grond te zitten en zijn daarmee beter beschikbaar voor bijvoorbeeld kieviten.
Uitrijden van ruige mest in het najaar heeft ook een positief effect op het bodemleven. Omdat de grond dan warm is, is het bodemleven goed in staat de ruige mest te verteren. Ruige mest is dan vooral een voedingsbron voor het bodemleven wat resulteert in meer bodemleven en wormen.

5 reacties

  • Titus de Wolff schreef:

    Ruige (half vergane) mest heeft voor weidevogels inderdaad niet veel meer waarde dan de bemestingswaarde. In mijn jeugd, zo’n 60 jaar geleden, reden wij de verse mest in de winter zo uit de grup op het land. Dat gaf krachtvoer voor de kieviten. Ook buurman Posthumus deed dat. De ene eierzoeker was nog niet weg of de volgende was er al. Ik zelf ook. Wat een eieren altijd. Dan waren kieviten opgevet.
    En uit die verse mest was geen stikstof vervluchtigd, omdat er geen urine in gekomen was.
    De promotie van de ruige mest kwam van de TBO’s. In de jaren 70 bedachten ze dat verschraling goed zou zijn voor weidevogels. Maar het tegendeel bleek. Dus moest er toch weer bemest worden. Maar dan wel onderscheidend van die verwenste giftige boerendrijfmest.
    Titus de wolff

    • Brenda Dijkstra schreef:

      Goedemorgen Titus,

      Dank je wel voor je uitleg. Is het mogelijk dat ik je in het voorjaar een keer kom interviewen over jouw weidevogelbeheer? Op de website van It Lege Midden willen we een pagina maken over ‘onze boeren’, de boeren die aan agrarisch natuurbeheer doen. Ik zou het erg leuk vinden om jouw visie hierover te horen en te delen in het artikel. Mag ik je daar in het nieuwe jaar over bellen om een afspraak te maken?
      Met vriendelijke groet,
      Brenda Dijkstra
      Bureaumedewerker It Lege Midden

  • Teun van der Meer schreef:

    Klopt helemaal Titus; Dat de tijden zijn verandert.
    Daar waar het nog en beetje lijkt op ‘vroeger’ daar zitten nog enkele weidevogels voor de rest is het een lege (groene) woestijn.

    Was het maar waar dat ‘Mest’ in welke vorm dan ook de oorzaak van de achter uitgang van de weidevogels is. Dat is natuurlijk niet zo. Mest is er nog genoeg.

    Veel belangrijker zijn:
    – Water (zeer natte omstandigheden; plasdras, natte greppels, hogere waterpeilen)
    – Kruidenrijke graslanden (voor de insecten; het hoofdvoedsel van de kuikens)
    – Rust in het veld (werkzaamheden maar ook mensen, katten en natuurlijke predatoren)

    Pas als dat weer terug komt zal er herstel van de weidevogels komen.

    Dit is de uitdaging.

    • Titus de Wolff schreef:

      Nu maak je toch wat ongenuanceerde opmerkingen, Teun.
      Ten eerste omdat ze wat buiten het onderwerp ( mestaanwending) vallen. Ten tweede omdat de aantallen weidevogels van 50 jaar geleden best wel genoeg zouden hebben aan de oppervlakte land die nu vergoeding krijgt voor beheer. Zowel van boeren als van TBO “s. Mits ze daar veilig zouden kunnen broeden en voortplanten.
      De samenleving heeft nu eenmaal besloten dat land vooral gebruikt moet worden voor een voedseloverschotmarkt en aanjaging van de economie.
      De weidevogels zaten vroeger ook maar op een klein gedeelte van het land. Meestal ook bij elkaar op goed bemest land. Maar toen waren ze beter beschermd tegen roofdieren en roofvogels. De mensen gebruikten de weidevogeleieren ( en vogels) en pasten er daardoor ook goed op.

Laat een reactie achter