Weidevogelbeheer staat en valt met goede onderlinge afstemming tussen alle betrokken partijen en uiteraard moet de habitat voor de vogels op orde zijn. Het is belangrijk dat we ons, met elkaar, willen blijven inzetten voor de weidevogels, ondanks dat de weidevogelstand hetzelfde blijft en de aantallen broedparen van bepaalde vogels zelfs iets achteruitgaat.
Wat we wel zien is dat we in ANLb (Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer)-gebieden gunstiger resultaten weten te behalen dan in gebieden waar geen agrarisch natuurbeheer wordt toegepast.
De bijeenkomsten in Haskerdyken en Raerd die we in maart organiseerden stonden in het teken van ontmoeting, onderlinge kennisoverdracht en samenwerking. Beide avonden zat de zaal vol, we kijken terug op avonden met een goede energie, veel uitwisseling van kennis en na de tijd gezellig napraten.
Doelgroep
- Boeren
- Nazorgers
- Loonwerkers
- Jagers
- Medewerkers van overheden
De sprekers
12 Maart in dorpshuis It Deelshûs in Haskerdyken:
- Theunis Osinga – directeur gebiedscoöperatie It Lege Midden
- Jouke de Glee – nazorgcoördinator en voorzitter bij Vogelwacht Tjalleberd
- Titus Sijmonsma – jager
- Jan Peenstra – loonwerker
- Eddy Wymenga – ecoloog
17 maart in dorpshuis De Trijesprong in Raerd:
- Theunis Osinga – directeur gebiedscoöperatie It Lege Midden
- Eduard van der Hoek – nazorgcoördinator en voorzitter bij Vogelwacht Leeuwarden e.o.
- Titus Sijmonsma – jager
- Eelke Wierda – loonwerker
- Eddy Wymenga – ecoloog
Wat kwam aan de orde?
Vanuit It Lege Midden werd uitgelegd wat de rol is van een agrarisch collectief en hoe uitvoering wordt gegeven aan agrarisch natuurbeheer. Ook werden de gebiedscoördinatoren voorgesteld en aangegeven dat we het liefst werken in clusters. We proberen variatie in beheer te creëren en stimuleren later maaien, kruidenrijk grasland en legselbeheer.
Fasen weidevogelseizoen
- Voorbereiding
- Broedfase
- Kuikenfase
- Evaluatie broedseizoen

Percelen afrasteren bij Tjalleberd
Jouke de Glee (nazorgcoördinator BFVW Tjalleberd/De Streek) vertelde op 12 maart dat het met de grutto-aantallen minder gaat, met de tureluurs gaat het aardig. Verder worden er in het gebied van Vogelwacht Tjalleberd twee landerijen afgerasterd. Met man en macht (vrijwilligers) wordt dit opgepakt. Naast het plaatsen, is het maaien ‘een ding’. Het kost nogal wat tijd om met de bosmaaier regelmatig bij de afrastering langs te gaan. Vossen worden door de afrastering tegengehouden. Ook worden veel marters en katten tegengehouden, maar er glippen er ook nog wel een aantal tussendoor. Toch is deze vogelwacht enthousiast over de resultaten die hiermee behaald worden.
Verder focust deze vogelwacht zich op variatie in het gebied. Zo nu en dan rijdt een nazorger mee op de tractor om zo te voorkomen dat nesten + eieren beschadigd raken en kuikens worden gedood.
‘Gruttokuikens kunnen wel drie jaar in Afrika blijven’ vertelt Jouke.
Eduard van der Hoek vertelde op 17 maart een boeiend verhaal over de ontwikkelingen rondom Vogelwacht Leeuwarden e.o. O.a. was het erg interessant om te horen wat deze vogelwacht méér doet met de data die verzameld wordt in de BFVW-app.
Innovatie bij Vogelwacht Leeuwarden e.o.
De data wordt ingezet (en vermarkt) in de volgende vormen:
- Schouwen voor gemeenten
- Quickscans leveren; waar zitten de nesten en de weidevogels?
- Het begeleiden van bouwprojecten.
Titus Sijmonsma (jager) vertelde over FRS, het Fauna Registratie Systeem. Kraaien zorgen voor de meeste predatie onder vogels. De wasbeerhond is een opkomende predator, dat is een bijzonder nachtdier. Hij kan klimmen, klauteren en zwemmen. Verder worden er ontzettend veel wilde katten gespot in het land. Katten en wolven hebben overeenkomstig dat ze vanuit hun instinct (kill response) doorgaan met aanvallen totdat de prooien dood zijn.
Titus riep de aanwezigen op om in het FRS te melden wat je ziet. Zo komen we met elkaar tot een goed overzicht qua predatie in het agrarisch landschap.
Jan Peenstra en Eelke Wierda (loonwerkers) geven aan dat het noodzakelijk is om als loonwerker uit de gebieden te blijven waar gebroed wordt. Er is nu een goede vergoeding voor boeren, dat is belangrijk. Bij het landwerk, zoals bemesten en maaien, is het belangrijk dat de nazorgers tijdig worden ingeschakeld om de nesten op te zoeken en zo nodig te beschermen. Dan kan hier vervolgens goed rekening mee worden gehouden
Eddy Wymenga (ecoloog) nam ons mee in zijn overkoepelende blik op hoe het agrarisch landschap in de afgelopen decennia is veranderd (en hoe de veranderingen steeds sneller gaan) en wat dit betekent voor de soorten die in ons landschap voorkomen.
De grutto
De grutto bijvoorbeeld is een vogel die met een lange snavel voedsel zoekt in de bodem. Door de veranderingen in het landgebruik is de bodem harder, vooral als het wat langer droog is en is het moeilijker om aan voedsel komen. De kuikens van deze soorten zijn afhankelijk van insecten die veel minder voorkomen in het landschap.
Verschillende strategieën van vogels
Een aantal soorten weidevogels, zoals de grutto en de kemphaan, zijn van oorsprong vogels die voorkomen in veenmoerassen. De strategie om zich tegen bedreigingen te beschermen is dat ze hun nesten verstoppen en proberen zo onopvallend mogelijk te zijn. De kievit en de scholekster hebben een heel andere strategie. Ze zijn opvallend, leggen hun nesten open en bloot op het land en verdedigen deze fel en georganiseerd. Bovendien leggen ze vervolglegsels als er een legsel verloren gaat.
Gevolgen van veranderingen van het landschap
De veranderingen van het landschap zijn positief voor predatoren zoals de vos, kraai en steenmarter. Er is minder verjaagdruk en doordat er veel meer wegen en fietspaden in het open landschap zijn aangelegd kunnen predatoren zich veel beter door het landschap verplaatsen.
Een andere verandering die we constateren is een toename van ganzen. In tegenstelling tot de weidevogels is de gans is een graseter. Het voedselaanbod voor weidevogels is afgenomen en voor de gans alleen maar toegenomen.
Het landschap krijgt wat ze verdient
Strekking van het verhaal is samen te vatten als “het landschap krijgt wat ze verdient”. De ontwikkelingen die geleid hebben tot dit landschap kunnen we niet zomaar even terugdraaien. Vraag is nu wat is de beste strategie om (jaarlijks) succesvol jongen groot te brengen in het huidige landschap.
Het creëren van geschikte habitat vraagt om CONCENTRATIE van beheerinspanningen. De druk van predatoren vraagt daarentegen misschien wel om meer SPREIDING. Na deze vraag zetten de aanwezigen het gesprek in de bar voort onder het genot van een hapje en een drankje.




















