Skip to main content

Ecologisch slootbeheer: hoe kan het beter?


Op 1 september vorig jaar begon Robin Boonstra als stagiair bij gebiedscoöperatie It Lege Midden. Zijn opdracht was om uit te zoeken hoe onze deelnemers (boeren) en de loonwerkers aankijken tegen het ecologisch slootbeheer. Waarom heeft een deelnemer voor ecologisch slootbeheer gekozen, hoe gaat het met de uitvoering van het beheer, en waar loopt men tegenaan. Medio februari presenteerde Robin de resultaten van zijn onderzoek.

Robin is student aan Hogeschool Van Hall Larenstein waar hij de opleiding Milieukunde met de richting toegepaste ecologie doet. ‘Deze studie richt zich voornamelijk op natuurgebieden en de problemen daar’, vertelt Robin. ‘Maar tijdens een van de modules kwam ik in aanraking met de weidevogels en het boerenland. Dat gebeurde via een onderzoek naar de voedselbeschikbaarheid voor deze vogels. Toen ik via een klasgenoot hoorde dat It Lege Midden op zoek was naar een stagiair, was ik gelijk geïnteresseerd. Vooral om meer te leren over wat de Nederlandse boeren allemaal doen om beter voor hun land te zorgen.‘

Opzet en conclusies van het onderzoek

Middels een anonieme enquête vroeg Robin de deelnemers naar hun ervaringen. Bij It Lege Midden vulden 59 boeren de enquête in. Daarnaast interviewde Robin 4 loonwerkers.

De belangrijkste conclusie was dat de communicatie van het collectief naar de deelnemers en loonwerkers toe beter kan: hoe moet het beheer worden uitgevoerd. ‘Nu komt het voor dat de loonwerker denkt dat de boer weet hoe het beheer uitgevoerd moet worden en dat de boer juist denkt dat de loonwerker daarvan op de hoogte is’, merkte Robin. Een slotenplan zou kunnen voorkomen dat hier onduidelijkheid over bestaat. Ook het houden van demo’s ecologisch slootbeheer kan hierbij helpen, al is men dan wel afhankelijk van wie er komt. Als collectief heeft It Lege Midden wel handreikingen op haar website staan, is aan de deelnemers de minigids ecologisch slootbeheer uitgereikt en wordt aan loonwerkers voor het baggeren een baggerinstructie meegegeven, maar blijkbaar is dat (nog) niet afdoende.


Robin kwam ook positieve geluiden tegen: ‘Tijdens mijn stage viel mij vooral op dat er veel enthousiasme is voor duurzamer beheer van het boerenland. In de enquête kwam dit naar voren door de vele verschillende veranderingen die de leden benoemden. Vaak werd benoemd dat er meer planten, insecten en vissen waren.’

Vervolg

Robin kon al snel na afronding van zijn stage bij It Lege Midden door met zijn afstudeeropdracht die hij uitvoert bij ecologisch adviesbureau Altenburg & Wymenga. ‘Voor deze opdracht ga ik kijken hoe het staat met de emeltenpopulatie ten opzichte van 30 jaar geleden, en wat het effect van landbouwintensiteit is op deze populatie. Nu niet binnen It Lege Midden, maar binnen de collectieven Noardlike Fryske Wâlden en Waadrâne.’

It Lege Midden zal in juni tijdens de afdelingsexcursies wederom aandacht besteden aan het ecologisch slootschonen. Ook gaan we naar aanleiding van Robins aanbevelingen kijken of we nog andere maatregelen moeten nemen om het ecologisch slootbeheer beter te laten verlopen.