Veel leden van ons collectief zijn bekend met de uitdagingen van boeren op veengrond. En daardoor ook met de vraag: wat betekenen de maatregelen uit het Friese Veenweideprogramma voor mijn bedrijf? Hogere waterpeilen kunnen veenafbraak tegengaan, maar deze oplossing heeft weer gevolgen voor agrarische bedrijven.
Het Veenweideprogramma wil niet alleen bodemdaling en de uitstoot van broeikasgassen beperken, maar ook perspectief bieden aan de landbouw in veenweidegebied. In de Hegewarren worden daarom sinds 2024 mogelijke alternatieve verdienmodellen bij een hoger peil getest. Op 15 april organiseerden we een excursie naar de twee innovatiebedrijven die in de polder zijn opgezet. Ruim 20 deelnemers meldden zich hiervoor aan.
Exploitatie valt onder stichting
Verantwoordelijk voor de exploitatie van de twee innovatiebedrijven is de stichting VIP-Hegewarren. Manager Ids van der Ploeg trapte de middag af met een toelichting op het ontstaan van het initiatief. Dit is begonnen vanuit de programmalijn ‘It Nije Bourkjen’ uit het Veenweideprogramma Fryslân, waarna in 2023 aansluiting is gezocht bij een aanvraag van het samenwerkingsverband NL2120 bij het Nationaal Groeifonds. Binnen NL2120 werken organisaties samen aan zogenaamde nature-based oplossingen voor maatschappelijke opgaven. Nature-based wil zeggen: samenwerken met de natuur. Maar, drukte Van der Ploeg eventuele verwachtingen meteen de kop in: verwacht van ons nog geen kant-en-klare oplossingen voor het hele veenweidegebied.
Grote plasdras
In de Hegewarren wordt binnen het veen-waterbedrijf geëxperimenteerd met natte teelten. Senior projectleider Jasper van Belle leidde ons rond langs de proefpercelen met lisdodde. In het land achter een voormalige boerderij op Hegewarren 15 werden in 2023 en 2024 drie hectares daarvoor ingericht. In januari 2025 vond de eerste oogst plaats. Inmiddels is de proef uitgebreid naar circa 10 hectare, en is er ervaring opgedaan met kleine en grote lisdodde (grote lisdodde blijkt zich beter te handhaven), het zaaien versus planten van stekken (stekken slaan beter aan, maar zijn arbeidsintensiever en duurder in aanschaf) en manieren om te oogsten. De ganzenproblematiek waar boeren jaarlijks mee te maken hebben, is ook Van Belle niet vreemd. Ganzen eten de jonge scheuten graag. Schapennetten en witte linten houden hen het beste op afstand. Positiever is dat de dijkjes tussen de lisdoddevelden erg aanlokkelijk blijken voor weidevogels. ‘Een plasdras optima forma’, grapte een van de deelnemers dan ook.
Na de oogst moet lisdodde meteen gedroogd worden om broei en schimmel te voorkomen. Daarvoor is aan de overkant van de weg een droogstraat ingericht. In samenwerking met partners als Biosintrum Oosterwolde en Bouwgroep Dijkstra Draisma wordt de lisdodde geoogst en daarna verwerkt in isolatieplaten. Overwogen wordt om ook uit te breiden naar andere gewassen. Daarbij wordt vooral gedacht aan riet en daarnaast aan wilg, els en zegge, een grassoort die bijvoorbeeld kan worden verwerkt tot stalstrooisel.
Kruisen van Jerseys
Van der Ploeg gaf uitleg bij het veen-natuurbedrijf op nummer 30, dat zich richt op de natuurinclusieve melkveehouderij. Hier is er bewust voor gekozen om er geen biologisch bedrijf van te maken, om te voorkomen dat boeren met belangstelling voor een natuurinclusieve bedrijfsvoering zich bij de voordeur meteen al omkeren. De Deense Jersey-koeien, die nu nog op stal stonden maar op de vrijdag na ons bezoek weer de wei in mochten, worden nu gekruist met Nieuw-Zeelandse Jerseys om nog beter aan te sluiten op de extensieve bedrijfsvoering. De kalveren die dit voorjaar geboren zijn, vormen de eerste lichting kruisingen van beide rassen op het bedrijf. De volwassen dieren waren net weer voorzien van kleine zonnepaneeltjes aan hun halsband, voor de proef die er loopt met draadloos weiden.
Voor de bedrijfsleider is achter de stal een tijdelijke woning opgetrokken zodat er altijd toezicht is.
Onderzoekslocaties
Het veen-natuurbedrijf heeft in totaal 53 hectare grasland tot haar beschikking. Op 30 hectare daarvan zijn vorige jaar waterinfiltratiesystemen (WIS) aangelegd. Op deze percelen worden de komende jaren allerlei verschillende infiltratietechnieken getest. Naast de infiltratieproeven bieden beide bedrijven plek aan meerdere kennisinstellingen (o.a. NOBV, Louis Bolk Instituut) om onderzoek te doen naar uiteenlopende vraagstukken rondom veen.
Leerzame middag
De excursie was informatief en voor beide partijen leerzaam. De winstwaarschuwing van Ids van der Ploeg bleek terecht: beide bedrijfsmodellen, en dan vooral dat van de natte teelten, laten zich nog niet 1-2-3 vertalen naar de dagelijkse praktijk. Maar vanuit It Lege Midden houden wij de verdere ontwikkelingen uiteraard in de gaten.