Aanleiding

De laatste jaren is het aantal steenmarters (Martes foina) in de open weidevogelgebieden van Fryslân duidelijk toegenomen. Bij veel mensen uit het veld, zoals nazorgers en wildbeheerders bestaat de indruk dat de steenmarter een voorname rol speelt bij de predatie van weidevogels.

In 2014 hebben PS van Fryslân het beleid voor het behoud van weidevogels vastgelegd in de Weidevogelnota 2014-2020. Met dit beleid wil de provincie Fryslân het tij voor de terugloop van de weidevogelstand in de provincie keren. De provincie Fryslân treedt faciliterend op wanneer er relevante aanwijzingen zijn dat predatie een zodanige omvang kan hebben dat hierdoor de behouddoelstellingen op grond van de weidevogelnota in gevaar kunnen komen. Als voorwaarde stelt de provincie dat het gebied en het weidevogelbeheer goed op orde zijn, zoals dit is uitgewerkt in het protocol predatiebeheer (Oosterveld, 2014).

In 2017 is er in opdracht van de provincie Fryslân een pilot onderzoek uitgevoerd naar de rol van de steenmarter in vier weidevogelgebieden. Hieruit komt in hoofdlijnen naar voren dat steenmarters kunnen zorgen voor een aanzienlijk verlies van nesten van grutto en andere weidevogels, maar dat die invloed niet in alle gebieden even groot is (Jonge Poerink et al., 2017).

In het onderzoeksgebied Soarremoarre bij Aldeboarn was in 2017 de steenmarter de belangrijkste oorzaak voor de hoge nestpredatie in dit gebied. Tijdens het cameravalonderzoek bij nesten van weidevogels in 2017 zijn meer dan 30% van de gevolgde nesten gepredeerd door steenmarters. Uit de DNA-analyse van predatieresten van eieren is op 80% van de eieren DNA van de steenmarter aangetroffen. De steenmarter komt bij Soarremoarre dan ook als veruit belangrijkste nestpredator naar voren. In de andere onderzoeksgebieden werd in het broedseizoen van 2017 een dergelijke hoge predatiedruk door steenmarters niet waargenomen.

In verband met de hoge predatiedruk van steenmarters in het weidevogelgebied Soarremoarre heeft de provincie Fryslân er voor gekozen om in 2018 een pilot onderzoek te starten naar de effecten van het beheer in de vorm van wegvangen en doden van steenmarters.De provincie heeft bij de pilot een uitgebreide monitoring uit laten voeren, die in hoofdlijnen overeen komt met de monitoring die in 2017 is uitgevoerd. De monitoring heeft zich daarbij gericht op de aanwezigheid van steenmarters in het gebied en de predatie van nesten.

Conclusies en aanbevelingen

Uit het pilot project monitoring beheer steenmarters in weidevogelgebied Soarremoarre bij Aldeboarn in de provincie Fryslân kan het volgende worden geconcludeerd:

Vangproces steenmarters

Het vangen van steenmarters met kastvallen heeft succesvol plaatsgevonden in de periode 7 maart – 21 april 2018. Er werden in totaal 11 steenmarters gevangen door middel van kastvallen, waarvan 1 zogend vrouwtje weer is vrijgelaten. De vangmethode met kastvallen bleek goed te werken, met slechts zeer beperkte bijvangsten die allen tijdig werden vrijgelaten. Er zijn in totaal 11 steenmarters gevangen tussen 7 maart en 21 april. Het hele vangproces kon goed worden gemonitord door middel van cameravallen bij de kastvallen. Daarnaast was een gedegen en continue controle van het vangproces mogelijk via digitale rapportage in een Whatsapp groep, waar de begeleidende ecologen ook deel van uitmaakten.

Beantwoording onderzoeksvragen

1. Is het mogelijk om door het wegvangen van steenmarters de predatiedruk door steenmarters op weidevogels in een gebied te verlagen?

Het wegvangen zorgde voor een lagere predatiedruk door steenmarters in de Soarremoarre in vergelijking met 2017. In 2017 werd nog 33% van de met cameravallen gevolgde nesten gepredeerd door steenmarter. Dit aandeel is in 2018, na het beheer van steenmarters, gedaald naar 19%. Van de gepredeerde nesten was het aandeel van de steenmarter in 2017 55%. Dit aandeel is in 2018 gedaald naar 35%. Ondanks het feit dat er in het broedseizoen nog twee steenmarters met jongen midden in het onderzoeksgebied aanwezig waren, is er toch sprake van een duidelijke daling van de predatie van weidevogelnesten door steenmarters.

2. Verbetert de nestoverleving van weidevogels, wanneer in een gebied predatiebeheer door middel van wegvangen van steenmarters wordt uitgevoerd?

De nestoverleving is in vergelijking met 2017 slechts met 7% gestegen van 39 naar 46 procent. De aanwezigheid van twee zogende steenmarter moeren en een vos in het gebied hebben namelijk gezorgd voor een suboptimaal verloop van de proef, waardoor het effect van het beheer van steenmarters minder duidelijk naar voren is gekomen. De nog aanwezige steenmarters en vos hebben gezamenlijk alsnog gezorgd voor een aanzienlijke predatie van weidevogelnesten. In totaal ging het om 31 van de 68 gevolgde nesten. De nestoverleving was al met al beter dan in 2017, maar was met 46% toch nog duidelijk te laag. Voor instandhouding van de populatie van weidevogels geldt als vuistregel dat het uitkomstsucces van legsels ruim boven de 50 a 60 % moet liggen. Als er geen steenmarters waren weggevangen zou het aandeel van steenmarters aan de predatie vergelijkbaar zijn geweest met vorig jaar en de totale nestoverleving lager dan in 2017 op naar schatting 30% hebben gelegen. In geval de nesten die in 2018 werden gepredeerd door steenmarter en vos waren uitgekomen, dan zou de nestoverleving in de ordegrootte van circa 90 % hebben gelegen. Uiteraard hadden deze nesten ook bij het ontbreken van nestpredatie door vos en steenmarter op andere wijze verloren kunnen zijn gegaan, maar dit geeft wel aan hoe groot de invloed van beide soorten op de nestoverleving in 2018 was.

3. Worden vrijgekomen steenmarter territoria nog tijdens het broedseizoen van weidevogels weer opgevuld door influx van steenmarters van buiten het beheergebied?

Een belangrijke vraag was of de territoria die na het wegvangen van steenmarters in het onderzoeksgebied vrijkomen al tijdens het broedseizoen weer zouden worden opgevuld door influx van steenmarters uit andere gebieden in de omgeving, of uitbreiding van naburige territoria, waarbij de vrijgekomen gebieden zouden worden opgenomen. Er kon aan de hand van cameravalbeelden geen influx uit de omgeving worden aangetoond. Blijkbaar zijn de territoria gedurende het broedseizoen vrij stabiel. Steenmarters bezetten doorgaans nieuwe territoria in de periode na half augustus, dus na het broedseizoen van weidevogels.

4. Aanbeveling

Het pilotproject had als oogmerk om alle steenmarters voor aanvang van de periode waarin de jongen worden geboren uit het gebied weg te vangen. Het vangen van steenmarters is over het algemeen niet eenvoudig, maar door de juiste opstelling van de kastvallen en lokaas kon binnen een periode van enkele weken vrijwel alle steenmarters in het gebied worden gevangen. Toch bleven binnen het gebied tijdens het broedseizoen nog twee zogende moertjes over, die niet tijdig konden worden gevangen. In het geval de pilot eerder had kunnen starten, waren deze moertjes naar alle waarschijnlijkheid op tijd gevangen. Het is daarom van groot belang dat bij een eventueel vervolg van deze pilot eerder wordt gestart met het wegvangen van steenmarters dan in 2018. Indien er uiterlijk vóór 1 februari wordt gestart met het wegvangen van steenmarters is dit voldoende op tijd.

Bovenstaand verslag is een korte samenvatting van de Rapportage Monitoring Pilot project beheer weidevogelgebied Soarremoarre- Provincie Fryslân – 2018

Onderstaand een filmpje van 1 van de geplaatste wildcamera’s tijdens de pilot in 2018: