Op 24 graslandterreinen van boeren en It Fryske Gea in Midden-Fryslân, is van 2015 t/m 2017 geëxperimenteerd met zeven verschillende beheersmaatregelen.Variërend van gefaseerd slootkantbeheer tot intensieve wisselbeweiding. De effecten van deze maatregelen op de insecten werden gemonitord door vrijwilligers, studenten van het Van Hall-Larenstein Leeuwarden en medewerkers van De Vlinderstichting. Dat leverde een enorme hoeveelheid gegevens op!

De Vlinderstichting heeft deze gegevens wetenschappelijk geanalyseerd. Er blijken hele duidelijke aanwijzingen uit het onderzoek naar voren te komen. Samengevat is de conclusie dat meer kruidenrijkdom, in combinatie met gefaseerd beheren (dus niet alles tegelijk), effectief is voor insecten. Deze studie maakt het voor het eerst mogelijk om van een aantal beheersmaatregelen in te schatten wat de effecten zijn op dagvlinders, bijen en bodem-bewonende insecten in graslanden.

Lees hier de brochure insectenvriendelijk graslandbeheer in Midden Friesland

Bijen

In Nederland leven ongeveer 360 soorten wilde bijen. De honingbij is een geval apart. Deze wordt door imkers gehouden, soms bijgevoerd en van de volken wordt honing geoogst.

Hoe anders is het bij wilde bijen! zij moeten zelf zien te overleven. Dat kunnen ze alleen in landschappen met een grote diversiteit aan bloeiende (wilde) planten, van kruiden tot struiken en bomen. Van het vroege voorjaar (wilgen) tot het late najaar (klimop) moet er voldoende voedsel voor bijen zijn. En ook nog eens op kleine schaal, want het gros van de wilde bijen vliegt niet verder dan 500 meter uit hun nest.

Veel soorten nestelen in de bodem, een klein deel in dood hout, riet of bramen. De meeste bijensoorten zijn vrij specialistisch en daarom goede graadmeters van de kwaliteit van onze omgeving.