Anne Jansma aan het woord over Bodemvruchtbaarheid

Het verbeteren van de bodemkwaliteit past helemaal in het streven naar een meer natuurinclusieve landbouw. Een goed functionerende bodem verbetert de kwantiteit en kwaliteit van de grasopbrengst – een belangrijk aspect voor de boer. Het bevordert daarnaast het bodemleven en daarmee de biodiversiteit en maakt het mogelijk om minder kunstmest te gebruiken. Reden genoeg om serieus aandacht aan dit thema te besteden.  

Het was echter de volgende stelling waardoor deze pilot uitstekend past in een project dat zich concentreert op de veenweideopgave: een betere mineralenbalans zorgt voor een betere en diepere doorworteling en een betere bodemstructuur. Hierdoor wordt het bodemvocht beter vastgehouden en dat draagt bij aan het verminderen van de veenoxidatie. Anne Jansma “Binnen de pilot werken we met een doel en referentieperceel. Op het doelperceel worden bodem verbeterende maatregelen toegepast om o.a. mineralenbalans en biologie te herstellen. Uit de nulmeting blijkt dat er een onbalans is in het CEC en dat er een aanvulling aan sporenelementen nodig is. De verhouding tussen Calcium en Magnesium en het terugbrengen van het aandeel Kali in de kringloop is een eerste doel in het herstellen van de bodemvruchtbaarheid. Door de chemie op orde te brengen en de biologie te stimuleren herstellen we de bodemvruchtbaarheid.” 

Een betere mineralenbalans zorgt voor een betere en diepere
doorworteling en een betere bodemstructuur!”

Anne Jansma

Aanpak van de pilot bodemvruchtbaarheid 2018-2020 en eerste resultaten

De proefopzet bestaat uit een doel- en referentieperceel. Op het doelperceel wordt gewerkt aan het verbeteren van de bodemvruchtbaarheid. Op het referentieperceel wordt het reguliere beheer op het bedrijf gecontinueerd. In 2018, 2019 en 2020 zijn op het doelperceel eierschalenkalk, zeemineralen en bokashi/vaste mest opgebracht om de bodemvruchtbaarheid te verhogen.

Monitoring

De (bodem)biodiversiteit wordt gemeten via de botanische samenstelling, telling van wormen, telling van insecten via plakvallen en meten van de biologische activiteit van de theezakjesmethode waarbij de afbraaksnelheid wordt gemeten.

Voederwaarde: In 2020 is gedurende elke maai- en weidesnede de opbrengst en voederwaarde van het doel- en referentieperceel bepaald. De voederwaarde is bepaald door middel van het uitvoeren van plantsapmetingen. Doel hiervan is om inzichtelijk te krijgen wat de effecten zijn op gewasopbrengst en gewaskwaliteit.

Grondwater en bodemvocht: Via peilbuizen wordt het grondwater gemeten en gemonitord. Via sensors in de peilbuizen wordt ook het bodemvocht continu gemeten.